Aventyr
op reis
Home
About
Logboek
Video
Onze ervaringen
Gastenboek
Links
Voorbereidingen en vertrekken
Colijnsplaat - Bretagne
Bretagne - La Coruna (En de oversteek van de golf van Biskaje)
Noord Spanje en z'n mooie Ria's
Portugal
Madeira Archipel
Canarische eilanden (Graciosa, Lanzarote, Fuerteventura, Gran Canaria)
Canarische eilanden (Tenerife)
Canarische eilanden (La Gomera)
Canarische eilanden (La Palma)
Canarische eilanden (La Gomera 2009)
Canarische eilanden (Tenerife 2009)
Carnaval de Santa Cruz
Madeira 2009
Oversteek Madeira - Marokko
Marokko
Gibraltar
Andalusië- Zuid Spanje
Costa Blanca- Zuid Spanje
Balearen- Formentera, Ibiza, Mallorca en Menorca
Sardinië
Sicilië
Corfu & Paxos
Lefkas, Kefalonia, Kalamos en Itháki
De golf van Patras naar het kanaal van Korinthe
Peleponessus
Zakynthos & Kefalonia
Malta
Tunesië
Sardinie II, oktober 2009
Balearen II, oktober 2009
Zuid Spanje, oktober 2009
Overwinteren in Zuid Spanje
Terug in Nederland
Terug in Spanje 2010
Zuid Spanje 2010
Algarve
Portugal 2010
Noord Spanje 2010
Terug over de golf van Biskaje
Zuid- en Noord Bretagne
Kanaaleilanden Jersey en Guernsey
Op de terugweg langs Noord Frankrijk en Belgie
Zuid Spanje 2010

 

17-05-2010 Wel of geen lasgas in El Rompido?

Wolfgang, de manager van de haven, is jarenlang de eigenaar geweest van de uitstekend bekend staande werf, direct naast de haven. De juiste man om advies te vragen of we onze Karel, weer kunnen laten maken. Volgens hem was dit geen probleem. De nieuwe werfbaas zag ook wel mogelijkheden, maar voor aluminium is speciaal gas nodig. Hij zou dit vrijdag bestellen en dan vandaag in huis hebben. Vol goede hoopt stapt Bert vanmorgen naar de werf. Serene avondrust in El RompidoHelaas nog geen gas aangekomen, misschien vanmiddag. Bert dus vanmiddag weer op stap. De leverancier kan het niet leveren, we bellen met de nabijgelegen bedrijven en bellen je wel terug, voor 18.00 uur. De tijd verstrijkt, Bert hijst zich zelf (natuurlijk gezekerd door mij met een extra lijn) in de mast voor een klein klusje. Eigenlijk willen we morgen wel weg. De komende week komt de wind uit het oosten en dat willen we niet laten lopen. Als ik ga betalen bij Wolfgang, heeft hij toch een andere versie van het verhaal. De baas heeft het gas niet besteld. Hij schudt zijn hoofd eens. In “zijn tijd”, was een klein klusje wat ze altijd goed en snel konden doen. Samen met hem overleg ik de andere mogelijkheden. De werf in Lagos in Portugal schijnt een uitstekende reputatie te hebben. Zeer behulpzame Wolfgang probeert zelfs nog voor me te bellen. “Ach”, vertelt hij, “ik heb hier een prima baantje, vroeger op de werf was het buffelen, maar nu hoef ik eigenlijk alleen vriendelijk en behulpzaam te zijn voor de gasten”. “It is an easy job”. Nou wij hebben het hier geweldig naar ons zin. Heerlijke omgeving en een uitstekende haven. Hij vertelt dat de haven er nooit was gekomen als ze geen groot hotel hadden willen bouwen. Er liggen drie enorme hotels met golfbanen. De burgemeester wilde ook perse een haven. Geen marina, geen hotels, was de deal. Dat kunnen wij ons toch in Nederland niet helemaal voorstellen. Als Wolfgang met telefonische hulp van zijn administrateur, eindelijk mijn factuur heeft geprint en ook de creditcard betaling is gelukt (‘als ik het nog dertig keer doe, dan leer ik het echt wel’, zegt hij tegen zijn onmisbare hulp door de telefoon) loop ik terug naar de boot. Wij bellen zelf met Lagos en worden vriendelijk te woord gestaan. Het laswerk moet geen probleem zijn. Hier gokken we dus maar op. Morgenochtend vroeg gaan de trossen lossen voor Portugal.

 

 

16-05-2010 Een te late scheidsrechter bij het kitesurfen

‘Abierto’? vraag ik de man die snel de deur van het door mij net ontdekte VVV kantoortje dicht doet. Nee op zondag gesloten geeft hij als antwoord. Maar misschien kan hij me toch helpen. ‘Heeft u een plattegrond van het park en dit stadje’? 
Panorama van de Rio PedroHij maakt zijn deur weer open en zoekt uitvoerige informatie voor me. ‘Maar nu moet ik opschieten’, verontschuldigt hij zich. Er is verderop een kitefsurfwedstrijd en ik ben de scheidsrechter. Nu voel ik me toch wel schuldig en bedank hem uitvoerig. Strand genoeg langs de Rio PedrosWat zijn de mensen hier toch aardig. Eenmaal terug aan boord pakken wij snel de fietsen en gaan op weg naar het begin van de rivier. Op zoek naar onze behulpzame scheidsrechter en zijn kitesurfers. Ik hoef me niet echt schuldig te voelen. Er staat voor het eerst deze week bijna geen wind. Waaide de hele week uit je jas, nu staat er nog geen windkracht 3. Heerlijk om te fietsen, maar natuurlijk er jammer voor de wedstrijd. We bekijken onze smalle invaart nog maar eens van de andere kant.  En komen onverwacht op een prachtig fietspad door de duinen. Rondom begroeid met paraplupijnbomen en talloze kleine bloemetjes is het weer echt genieten. Voor het eerst sinds een dag of 10 is er ook geen wolkje aan de lucht. De hele rivier wordt geflankeerd door een lang goudgeel strand met prachtig fijn zand. En op zondag weten veel mensen dit te vinden. Verbrand komen we weer terug aan boord, waar het heerlijk is.

 

 

14-05-2010 Zandplaten, bomen en vogels

Het natuurgebied Rrio el Pedro  met de  haven op de  achtergrond

Het natuurgebied Rio Piedras

Bert naast de cactus en de naaldboom

Het is ongelooflijk hoe snel een landschap kan veranderen. Was het voor Gibraltar nog bergachtig en getijdevrij varen, eenmaal de Straat van Gibraltar uit, is het landschap vlak, vol met rivieren, groene oevers, zandbanken en volop tijverschillen. We liggen nu in een juweeltje van een rivier. Overal om ons heen is het groen, horen we vogels en zien volop bomen en planten. Om alles beter te kunnen zien ligt er ook nog 10 km wandel/fietspad. Helaas niet zo als in Nederland goed geasfalteerd, maar wel erg leuk om te rijden. Kolibries kwetteren, witte reigers komen laag over en een ijsvogeltje kijkt ons verschrikt aan. De vegetatie is uitbundig en heel afwisselend. Voor het eerst zien we cactussen onder pijnbomen staan. Door het tijverschil van 3 meter verandert het landschap rondom de boot ieder uur. We vinden het na weken van steden en stadjes heerlijk om weer in de natuur te zijn. Dat we door het getijde een paar dagen tot El Rompido “veroordeeld” zijn, is zeker geen straf. We kunnen nu pas rond 16.00 uur de haven uit en dat is wel erg laat om naar de volgende getijderivier te gaan. Over een paar dagen kunnen we met het vroeg tij weg. Want in het donker uitvaren is werkelijk niet te doen.

 

 

13-05-2010 Een spannende invaart naar El Rompido (45 nm)

Allebei zien we El Rompido aan de Rio Piedras wel zitten, maar de vaargids boezemt ons wel wat angst in. Het toegangskanaal valt bijna droogRio de Piedras met aan 2 kanten zandbanken en er staat veel stroming op de rivier. Er ligt wel betonning is de steeds veranderde geul, maar deze wordt door lokalen onderhouden. Het advies is om vooraf de havenmeester te bellen en soms wordt je via de telefoon of met een auto begeleid. Is dit zo heftig? We zijn toch wel wat gewend in ons Kanaal en als er tonnen liggen, moet dit toch lukken. Timing is vandaag van het grootste belang. Om 15.00 uur is het hoogwater en eigenlijk moeten we er uiterlijk, 1 uur na hoogwater zijn. Met 45 nm te gaan, moeten we dus op tijd weg. We hebben het eerste deel de wind weer pal tegen, maar kunnen gelukkig ook nog een paar uurtjes zeil zetten. Geen treuzelmomenten vandaag. Om iets voor drie uur, zien we de 1e rode boei zijn. Groot en duidelijk. Gelukkig! Maar waar is de 2e?  Na enig zoeken met de verrekijker zien we deze. De geul loopt wel heel dicht langs het strand. Voor mijn gevoel zijn we nog nooit zo dicht langs het strand gevaren. De volgende boei ontbreekt. Bert vaart maar op het gevoel. Het is hoogwater en als het goed is kunnen we dan bijna overal varen. Soms zakt de dieptemeter onder de drie meter (en dat met een verval van 3 meter). De rivier ligt vol met honderden bootjes aan knaloranje moorings (boeien). Naast ons liggen zachtgele duinen, begroeid met pijnbomen.

Met nog behoorlijk stroom mee bereiken we na meer dan een half uur turen en gokken, de haven van El Rompido. Nog voordat de ebstroom echt gaat lopen, liggen we vast, met uitzicht op zandduinen en een groot natuurgebied.

 

 

12-05-2010 Snotteren in Sevilla

Niet uit verdriet, niet van ontroering, maar van de honderden sinaasappelbomen die in de kleurrijke, boomrijke stad staan. De allergie voor deze heerlijke geurende bomen schijnt nog niet minder te worden. Vanmorgen stapten we in de bus naar Sevilla, in de hoop dat deze ons na 1 tussenstop in Sevilla af zou zetten. Niets bleek minder waar, en na ongeveer 15 onbekende dorpen gezien te hebben staan we dik tweeënhalf uur later midden in het centrum.

Binenplaats bij het alcazar Het prachtige plafond van het Alcazar Binnen in het Alcazar
Warme kleuren in het Alcazar
Alcazar is werkelijk prachtig gedecoreerd  Mozaeik en decoratie Prachtige doorkijkjes van het ene naar de volgende vertrekken.

Sevilla heeft een rijke historie, kwam tot bloei in de tijd van Moren en beleefde tussen 1500 en 1700 nog betere tijden door hun monopoliepositie in de handel met Latijns Amerika. De hele stad straalt dit nog steeds uit en heeft een totaal andere grandeur dan Granada. Eén van de topattracties is het Real Alacazar: de Koninklijke paleizen. Een deel hiervan is in dezelfde tijd gebouwd als het Alhambra. Is dit weer niet veel van het zelfde vragen we ons af? Niets blijkt minder waar. Don Pedro heeft dan wel eeuwen geleden de hulp van de Mohammed V uit Granada ingeroepen voor de bouw van zijn paleis, maar die Mohammed moet na het gereed komen van dit kunstwerk, toch wel scheel hebben gekeken van jaloezie. Het Alcazar is veel kleurrijker gedecoreerd. Met prachtige arcades, veel mozaïeken, marmeren vloeren en wandkleden. Bert maakt zoveel foto’s, dat het wel lijkt of hij het paleis na wil bouwen en geen detail kan missen. Ik als cultuurbarbaar, ben wat spaarzamer, maar kijk ook mijn ogen uit. Zijn bij het Alhambra de spectaculaire ligging en de prachtige tuinen een lust voor het oog, hier is de binnenkant, duidelijk de pronkzijde. Misschien is dit vandaag maar goed ook, want echt warm is het niet in Sevilla. We lopen om de enorme kathedraal van Sevilla heen. Dit is het grootste Christelijke bouwwerk ter wereld.

 De tuinen bij het Alcazar De enorme kathedraal van Sevilla De arena van het  stierenvecht
Sevilla en de Koninklijke familie zijn overigens nog nauw met elkaar verbonden. In de kathedraal trouwde prinses Elena Christina in 1995 en in het Real Alcazar heeft de Koninklijke familie nog steeds vertrekken. Het trouwfeest was ook in het Alcazar. De Kathedraal schijnt van binnen ook prachtig gedecoreerd te zijn, maar na voor mijn gevoel minstens honderd kerken en kathedralen gezien te hebben, wil ik hier niet meer in. Ik ga liever naar de Plaza de Torres, oftewel de stierenvechtarena. Zoals bij een grote stad met deze reputatie hoort, is deze arena één van de belangrijkste van Spanje. Vanaf Pasen zondag tot en met oktober worden hier wekelijks stierengevechten gehouden. Een stier blijk je niet alleen te bevechten. De Matador heeft hier een “heel team” voor. Een professionele matador betaalt zijn helpers. Dit zijn vaak 2 ruiters en 3 “helpers te voet”. En dood alleen blijkt niet genoeg te zijn, om in de prijzen te vallen. Het doden moet op de juiste manier gebeuren. De stier moet in zijn nek precies tussen zijn schouderbladen, direct in het hart gestoken worden. Per evenement wordt er met zes stieren gevochten. Gemiddeld zijn ze hier 25 minuten mee bezig. Wonder boven wonder is, in de arena van Sevilla, slechts één stierenvechter ooit omgekomen. Dit kan uiteraard helaas niet van het aantal stieren gezegd worden. Eenmaal gedood wordt een stier door 3 muilezels weggetrokken. We kunnen in de stallen van zowel de paarden als de stieren kijken en in de kapel waar de matador nog zijn gebed doet voor het gevecht. Het blijft een gemengd gevoel: dit dieronvriendelijke volksvermaak, maar ook het spektakel en de jarenlange traditie.

Typische taferelen uit de provincie in tegelvorm op Plaza Espana Plaza Espana
 La Coruna onze 1e stop na de golf van Biskaje

Sevilla heeft alle bijzonderheden gelukkig op loopafstand. We lopen langs de rivier de Gualdaquivir, die we ook hadden kunnen bevaren tot aan Sevilla, naar het Plaza de Espana. Dit enorme plein is aangelegd rond 1929 om een Spaans-Amerikaanse handelsbeurs te houden. Helaas is dit door de beurskrach toen in het water gevallen, maar er resteert wel een heel bijzondere omgeving. Alle provincies van Spanje, met hun hoofdstad hebben hier hun eigen betegelde stukje. In het middel ligt een enorme vijver, die ze nu helaas aan het restaureren zijn. Over de vijver, zijn betegelde bruggetjes met blauw/witte pilaren (het lijkt wel Delfts blauw). Bij La Coruna willen we wel op de foto. Dit was onze eerste stop in Spanje, na de beruchte golf van Biskaje. Via het Plaza de Espana, doen we nog een “rondje Spanje” in vogelvlucht. Nog een aantal dagen en we gaan Spanje voorlopig verlaten. Doodmoe stappen we weer in de bus voor de lange rit terug. En het is nu echt koud geworden. Dat wordt nog bibberen, die 20 minuten die we terug naar de haven moeten lopen. Gelukkig krijgen we een lift van 2 aardige dames. Er daar zijn we moe en koud, vanavond heel erg blij mee.

 

 

11-05-2010 Naar Chipiona (15 nm)

De eerste missie blijft vandaag toch het vinden van eten. Maar het lijkt wel of deze stad dit zelf niet doet. Het kerkplein van ChipionaDe markt is nu wel open, maar alleen met slagers. Er is geen enkele groenteboer of bakker te vinden. Dit hebben we werkelijk nog nooit meegemaakt. Na enig zoeken vind ik een groenteboer, maar dan zonder groente (gelukkig wel wat fruit) en een bakker met maar één soort brood. We kunnen ons voorstellen dat zeilers die dit maandenlang hebben, dit goed zat worden. We gaan ons heil maar zoeken in het volgende stadje Chipiona. De wind staat weer recht op de kop, maar de golfhoogte is goed te doen. In drie uur varen we naar de volgende Junta haven, waar de hele administratieve riedel weer opnieuw begint. Voor de 4e keer vul ik een zelfde formulier in.

Kathedraal aan het strand in Chipiona Kitesurfers aan het strand bij Chipiona , Bert krijgt ook gelijk weer zin om te surfen

Omdat we morgen naar Sevilla willen, gaan we op zoek naar het busstation en naar de supermarkt. Al zwervend door het stadje komen we bij een vol met bougainville begroeide kerk en een prachtig zandstrand waar bijna 10 kitesurfers door het water heen speren en springen. Lang kunnen we helaas niet kijken, want er moet nu echt een winkel gevonden worden. Dit lukt. Hoewel duidelijk te merken is, dat we uit de toeristische gebieden zijn. Het assortiment is veel Spaanser en beperkter. Bepakt lopen we in 20 minuten, terug naar onze winderige haven, waar het helaas te koud is om buiten te zitten.

 

 

10-05-2010 Uitslapen in Rota

Niet wij zijn deze keer de slaapkoppen, maar de bewoners van Rota. Na 10 dagen geen fatsoenlijke supermarkt of winkel gezien te hebben, begint de nood hoog te worden. Maar als de Engelse overburen met hun karretje binnen 10 minuten terug zijn, beginnen we toch nattigheid te voelen. Zaterdag had ik al ergens gezien dat de winkel maandag dicht was in verband met de Feria. Dit is ook niet de eerste keer, dat de dag na een groot feest is gewoon alles gesloten. “Even bijkomen”, zullen we maar zeggen. Bij een klein winkeltje in de buurt scharrel ik nog wat brood, eieren en groenten bij elkaar. Meer dan de helft ligt er oud en verschrompeld bij. ‘Ik heb nog meer in de koelcel’, nodigt de oude ietwat opdringerige eigenaar me uit. Op mijn hoede loop ik achter hem aan  en vind toch nog twee niet verlepte groentes. De rest van de dag doen we de toch altijd weer noodzakelijke huishoudelijke klussen. Buiten is de golfhoogte bijna 2 meter en deze hoogte van achteren is geen probleem, maar recht op de kop, betekent weer stuiteren. We genieten nog maar even van het zonnetje in de kuip en gaan morgen weer verder.

 

 

09-05-2010 Terug in de tijd, naar de ‘Feria del Caballo in Jerez’

Terug in het wilde westenWe twijfelen vanmorgen. Gaan we wel of niet naar Jerez de La Frontera. Gisteren hebben we hier ook al de Feria gezien, maar ja de Lonely Planet schrijft: “Jerez’ Feria de Caballo (paardenfestival) is one of Andalucia’s biggest festivals, with music and dance and colorfull parades of horses”. En als je dan op hét moment zo dicht bij bent, dan mag je dit toch eigenlijk niet laten lopen. Op 20 minuten lopen ligt het busstation van Rota en na nog eens 25 minuten in de bus staan we op het station van Jerez. Ook hier een stille boel. Het zou toch nog wel zijn? Na enig zoeken en vragen vinden we een speciale bus naar het Feria terrein. Die “Spaanse 20 minuten lopen”, die kennen we nu wel. Daar trappen we niet meer in. De bus is buiten ons helemaal leeg, en zwerft door nou niet echt de beste buurten van Jerez. Opeens lijkt de wereld te veranderen. Van bijna uitgestorven komen we in een enorme drukte op werkelijk een enorm terrein. De opzet is gelijk aan de Feria in Rota, maar nu zeker 8 keer zo groot. Meer dan 200 cafeetjes flankeren de stoffige straten. Het lijkt wel of we terug in de tijd zijn, maar dan wel in het wilde westen te verstaan. Duidelijk is dat we hier in de Sherry stad zijn.

Een sfeervol tafreel Portret van deze Spaanse schone Nog meer schoonheid Tio Pepe in de hoofdrol

Veel nagebouwde sherryhuizen bepalen het “straatbeeld”, met Tio Pepe in de hoofdrol. Sherryvaten met hun naam, staan op ieder belangrijk punt. Overal horen we flamenco muziek en wordt er gedanst. Jerez en omgeving is namelijk niet alleen bekend van de Sherry, maar ook van haar paardrijkunst en de flamenco. Al deze typische Spaanse elementen worden hier op een geweldige manier verenigd. Prachtige vrouwen blijken als we het vragen, graag voor ons te poseren. Trots op hun jurk en hun geweldige festival. In Spanje hoef je als meisje nog niet goed te kunnen lopen, om al piepkleine schoentjes met hakjes te dragen.  We waren toch enigszins voorbereid na gisteren, maar toch weten we niet waar we moeten kijken, zoveel gebeurt er om ons heen. We dachten Spanje toch aardig te kennen, maar worden keer op keer verrast!

 

 

 

08-05-2010 Een rondje door de baai van Cadiz en de Feria in Rota (12 nm)

Door de race moeten we op zoek naar een nieuwe plaats. Puerto de Santa Maria, wordt zowel door onze vaargids als de Lonely Planet bejubeld. Volgens de vaargids één van de mooiste havens en volgens de Lonely Planet een prachtige plaats vol historie. We zijn nu in hét Sherry gebied. Puerto de Santa Maria was jarenlang de havenstad van de “Sherry”  hoofdstad Jerez de La Frontera, maar ook de thuishaven van bekende merken zoals Osborne. Bovendien met perfecte treinverbindingen naar Sevilla en Jerez de La Fontera. Hier moeten we zijn denken we. We nemen dan maar voor lief, dat dit de duurste haven is in de baai. We zetten vanmorgen meteen koers naar de zo volprezen Club Nautico de Puerto Santa Maria. Maar beiden krijgen we er geen warm gevoel van. De steigers zijn half verroest, de kade rommelig en we zien geen enkele passant liggen. Zo onderhand krijgen we ook wel erg behoefte aan contact met andere zeilers.

Tientallen koetsen en paarden De paarden zijn op hun mooist Jonge ruiter met perfecte controle

Als onze marifoonoproep ook nog niet beantwoord wordt, draaien we om en varen 6 nm mijl weer naar buiten. We passeren Puerto  Sherry, één van de grootste jachthavens in de baai, en varen naar de Junta haven in Rota. Een vriendelijke ontvangst en een perfecte haven lijken onze keuze te bevestigen. Als Bert de laatste lijnen nog vastzet, sprint ik alvast naar de VVV. Gisteren hebben we aanplakbiljetten gezien van de grote paardenbeurs in Jerez, en dit schijnt één van de grootste evenementen van Andalusië te zijn. Nog voor sluitingstijd wil ik de bustijden en mogelijk een programma achterhalen. Met de eerste vraag kunnen ze me helpen, maar de 2e niet. Misschien wil deze vriendelijke dame dit ook helemaal niet. Het namelijk ook feest in Rota en ze vindt het veel leuker als we hier naar toe gaan.

Dames met prachtige jurken Ruiter met charmant gezelschap
Er is een heel programma en vanmiddag is er een soort optocht met paarden en mensen in kostuums. En dat op “ongeveer 20 minuten lopen”. De bus naar Jerez halen we niet meer en we besluiten dus naar het feest in Rota te gaan. Maar na bijna drie kwartier lopen blijken we nog maar net op de helft te zijn. Spanjaarden en wandeltijden blijven een moeilijke zaak. De Feria Primavera de Rota, blijkt op een groot soort kermisterrein te zijn. Langs de kanten zijn allemaal barretjes vol met prachtig geklede vrouwen die de flamenco dansen. Door de zandstraten rijden tientallen koetsen vol kleurige mensen, en paarden met trotse ruiters. Zowel groot als klein. Kinderen van nog geen 6 jaar hebben hun grote paarden volledig onder controle. Jongetjes die nog maar net kunnen lopen, dragen stoere paardrijkostuums, compleet met een zakdoek om hun middel. Bijna alle vrouwen en meisjes dragen kleurige flamencojurken. Moeder en dochter(tje) vaak in gelijke kleuren. Het is hier vooral zien en gezien worden. En ook al heb je maat 48, de jurk moet vooral strak zitten. Ook met de make-up kwasten is men uitvoerig te werk gegaan. Terug doen we het iets slimmer. We nemen dus bus naar het centrum en dan is het inderdaad nog 20 minuten lopen naar de haven.

 

 

07-05-2010 Een zwarte dag voor Karel met de aluminium poot,  onze windvaan (naar Cadiz 40 nm)

De Cathedraal van Cadiz
UItzicht vanaf het plaza de Cathedraal

Ook vandaag zou er een rustig windgaatje moeten zijn. Helaas is het grauw, grijs en guur als we om 08.00 uur de haven uitvaren. We krijgen het meteen aardig voor de kiezen. Het flauwe windje is toch wat harder en bovendien moeten we de lastige Kaap Trafalgar passeren. Een kaap waar een aantal zandbanken voor liggen, die vervelende zeeën kunnen geven. Een lastig te navigeren stukje, maar gelukkig maakt onze plotter het ons een stuk gemakkelijker. Kleine vissersbootjes lijken geen last van de golven te hebben. In bootjes van een meter of 4 á 5 staan soms meerdere mannen aardig te balanceren. Met dik windkracht vier tegen en stroom mee, komt Äventyr soms aardig los uit het water en krijgt ze voor de 2e keer deze week niet alleen een “pak slaag”, maar ook weer bakken zout water over zich heen. In buien neemt de wind toe tot 5 bft. Na een uurtje of drie, zijn we vrij van de zandbanken en kunnen koers zetten naar Cadiz. We kunnen nu zeilen en stampen veel minder. Zonsondergang achter de kademuur van CadizDe wind is teruggezakt naar een comfortabele windkracht 4, maar neemt bij de invaart van de grote entreekom van Cadiz weer toe. De golven bruisen achter ons, als we de haven bereiken. Helaas heeft men hier minder goed nieuws. Morgen is er een race en voor ons geen plaats meer. Balen, want we wilden juist vanuit Cadiz een aantal plaatsen bezoeken. Als we van de receptiesteiger (vast ritueel in Spanje: aanleggen bij de receptiesteiger, melden met alle papieren en dan pas krijg je een plaats toegewezen) onze box in varen, maakt Bert een dure fout. Om uit de wind te kunnen zitten, varen we achteruit in. En dat was al weer even geleden. In plaats van vooruit te geven, om te remmen geeft hij vol gas achteruit. Een donderde klap tegen de steiger is het gevolg. En kapotte windvaan. Een deel van Karel is afgebroken. Ook de achterankerlier krijgt een klap. Maar dit is snel weer te repareren. De windvaan is een ander verhaal. Als we van de schrik zijn bekomen, lopen we toch nog maar de stad in. Cadiz bruist en leeft. Straten en vooral pleinen zijn nog vol, vooral ook met kinderen. We lopen naar de bekende Cathedraal en laten het Spaanse leven nog over ons heen komen. Als de zon net onder gaat, lopen we terug naar de haven.

 

 

06-05-2010 Gevlucht uit de Straat van Gibraltar (naar Barbate 37 nm)

De windvoorspellingen ziet er niet gunstig uit voor ons. Nog zeker een week komt de wind uit het westen. En dat is lastig. We moeten naar het westen en de Straat van Gibraltar is vooral berucht om haar harde wind en veel stroming. Uit ervaring uit Het Kanaal weten we, dat stroming tegen wind voor erg vervelende golven kan zorgen. Bovendien kan deze stroming oplopen tot wel 6 mijl per uur. Tel daar wind tegen, bij op en we komen niet meer vooruit. Bovendien waait het bij de plaats Tarifa, die we moeten passeren, 300 dagen per jaar, windkracht 7. Tarifa is dé surfstek van Europa. En toch willen we graag verder. We puzzelen met de weersvoorspellingen. Voor vandaag wordt uitzonderlijk weinig wind opgegeven: eerst windkracht 2/3 en daarna kracht 4. Zelfs bij Tarifa geven ze weinig lokaal effect op (het tunneleffect kan de heersende windkracht met 60% laten toenemen). We besluiten vroeg weg te gaan en hierdoor stroom tegen te hebben. Vandaag is het doodtij en we hopen dat de stroming hierdoor meevalt. Het is tweemaal per maand springtij en tweemaal doodtij. Bij doodtij staat er de minste stroming. Dit is toch de minst slechte optie. In deze hobbelbak in Gibraltar willen we ook niet blijven. We starten onze dag bij het tankstation. Een drukte in de baai van GibraltarDe concurrentie en “broodhonger” is hier ook duidelijk. Als we naar het CESPA tankstation varen, staat de BP bediende met een groot bord 60 pence. Alle tanks en jerrycans tanken we vol. Niet alleen wij doen dit, maar ook de meer dan honderd schepen die hier voor anker liggen, doen dit vooral om hier te bunkeren. Op de bijgaande foto zijn alle paarse driehoekjes grote schepen. We kunnen er met 245 liter voorlopig tegen aan. Het eerste stuk gaat voorspoedig. Even hebben ze zelfs nog stroom mee, maar bij Tarifa is de stroom toch onverbiddelijk. Het mag dan doodtij en bijna de kentering van het tij zijn, we hebben bijna 2,5 mijl per uur stroom tegen en vorderen nog maar 4 mijl per uur. Volgens onze berekening zouden we na 3 uur stroom mee moeten krijgen, maar ook dit wil niet mee werken. Eén voordeel geeft dit wel, de zee blijft aangenaam kalm. Pas de laatste 2 uur kunnen we én nog zeilen en loopt de stroom met ons mee. We lopen de Junta haven van Barbate in. Een heerlijke beschutte haven, met voor het eerst sinds meer dan een jaar, geen mooringlijnen, maar vingersteigers. De haven ligt zeer comfortabel en heeft ook nog heerlijke douches, maar helaas doet het geheel nogal somber aan. Dit geldt ook voor het plaatsje Barbate. Misschien niet terecht, want we nemen niet de moeite om op onderzoek uit te gaan.

 

 

05-05-2010 Shoppen in Gibraltar

In Gibraltar zijn veel goederen taxfree te koop. Je struikelt dan ook over de shops met vooral sterke drank, sigaretten en elektronica.  En over struikelen gesproken, je struikelde vandaag ook bijna over de mensen. Van de vorige keer konden we deze enorme drukte niet meer herinneren. Maar wij zijn niet voor niets hier gestopt. Voor een vriend besparen we 25% door hier een AIS module aan te schaffen, voor anderen door sigaretten en shag te kopen (scheelt 60%) en we gunnen ons zelf nog enkele flesjes lekkere drank. En niet onbelangrijk: mijn trouwe Canon fotocamera is ingestort. Na meer dan 15.000 foto’s bleek mijn onverwoestbare kameraad, toch niet zo onverwoestbaar. Overal nam ik het gemakkelijk mee te nemen toestelletje mee naar toe. Er moest dus echt vervanging komen, want ik kan alleen nog maar hele witte foto’s maken. Enig shoppen en onderhandelen bleek hier zeker de moeite waard. Na wat twijfelen en wat toneelspel van ons, komt er een totaal ander bedrag uit, dan het startbedrag. Je zou het eerste aanbod maar aannemen, dan boor je zelf zo 25% door de neus. Al met lopen wij zeer tevreden naar de boot.

 

 

04-05-2010 De Med uit, een nat tochtje naar Gibraltar (55 nm)

‘Dat wordt weer een dagje motoren’, mopperde Bert  toen we gisterenavond de windverwachting zaten te bekijken. De berichten spreken elkaar wat tegen, zo geeft de weersite windguru, best een lekkere zeildag aan. Als we om 08.00 uur de haven uitvaren, lijkt de laatste gelijk te krijgen. Er staat een ideale windkracht van begin 4 en een halvewindse koers. Een kracht en richting die voor ons perfect is. Snel gaan dan ook de zeilen omhoog. Heerlijk, de zee is kalm en we maken meteen lekker vaart. Nog geen 10 minuten later komt de eerste windvlaag. ‘Zal vast vanuit de bergen of deze wolken komen, ik val wat af (meer voor de wind) en loef later wel wat op (meer tegen de wind in)’ zeg ik tegen Bert. De windvlagen komen tot windkracht 5, en Äventyr, met haar schoon gespoten en nieuw in de verf gezette onderwaterschip, komt meteen tot leven. Ondanks dat we haar zwaar beladen hebben, klokt ze regelmatig 8 mijl per uur. Dit gaat toppie! Bert neemt het roer over. Het zal niet de eerste keer zijn, dat ik heerlijk zeil en dat bij Bert de wind stopt. Nou dit maal niet. Een uurtje verder zien we bij Fuengirola, toch wel erg veel witte kopjes op het water. De wind neemt verder toe, tot dik 6 bft. We rollen de fok iets in, vallen weer iets af. ‘Bij de volgende kaap stopt het vast’, zijn we met elkaar eens. Äventyr onder de rots van GibraltarMaar na een kwartier wordt het toch wel erg zwaar sturen. We besluiten toch het grootzeil te reven. Als we een te ruime koers aan houden, komen we in Marokko uit in plaats van in Gibraltar. De wind komt van land en hierdoor zijn de golven minimaal. Ruim twee uur stuiven we door het water. Als we zo doorgaan zijn we rond 15.00 uur al bij Europa Point, de kaap waar Gibraltar begint. Maar helaas duurt dit moois niet langer dan 4 uur. De wind draait, valt weg en staat recht op de kop. Toch maar onze trouwe Yanmar bij. Nog geen half uur later, zijn zowel de kracht als richting weer zeilbaar. Boffen we dan toch? De zon schijnt uitbundig en het is ongelooflijk helder. Vanaf het begin zien we de rots van Gibraltar al liggen, en dat op 50 nm (ongeveer 90 km).  Snel neemt de wind weer toe, tot 5/6 bft, maar dit maal komt deze recht uit de straat van Gibraltar. Niks rustige zee. Binnen een kwartier bouwen de golven zich op. Äventyr vecht zich moedig door de steeds hoger wordende golven, klapt soms ongenadig hard op water en laat bakken met zout water over zich heen gaan. Ook Bert is regelmatig slachtoffer van een grote golf. Na drie uur hakken, bereiken we Europa point en draaien we de baai van Gibraltar in. Werden we vorig jaar weggestuurd uit de marina, nu hebben ze gelukkig wel een plaatsje voor ons. Er moet nog taxfree geshopt worden en dan is voor anker liggen, en in de bijboot, Avontuurtje, inclusief onze fietsen naar de wal, toch wat gedoe. Bovendien mag je geen taxfree bootapparatuur kopen, als je niet in Gibraltar zelf ligt. De havenmeester blijkt niet van het handige soort. Het laat eerst zijn mobiele marifoon in het water vallen en stuntelt daarna onhandig met onze lijnen. Maar onze buurman die twee uur later aankomt, maakt het nog bonter. Misschien wel een beetje op aanwijzing van Bert (‘zet je motor even in de achterruit, om je mooringlijn aan te trekken, was het advies), draait hij zijn mooringlijn in zijn schroef.

 

 

03-05-2010 Bert past nog steeds in de bakskist

Voor vertrek heeft Bert heel wat uren in onze bakskist doorgebracht. In deze ruimte van ongeveer 60x40 cm hangen onze lijnen om aan te leggen, maar zit ook de SSB-apparatuur en de versteviging om de windvaan en radarmast voldoende steun te geven. Aan de afmeting te lezen, is dit niet écht een favoriete en plezierige werkplek. Helaas is onze achterankerlier gestopt en is onderzoek noodzakelijk. En deze zit, inderdaad, in de bakskist. Voor vertrek was Bert aardig afgevallen, dus zou het nu nog passen? En jawel. Met lenige bewegingen zit hij weer in zijn verfoeide werkhok. Alles uit elkaar. De relaiscontactpunten blijken compleet ingebrand. We zullen op zoek moeten naar een nieuw relais. Omdat de voor- en achterankerlier geschakeld zitten, moeten alles weer teruggezet en aangesloten worden, anders werkt ook het vooranker niet meer. Dus Bert, de bofferd, mag alles nogmaals doen als we een nieuw relais hebben kunnen vinden. Ik zorg dat de haven weer afgerekend worden, maar wordt voor het inleveren van het toiletpasje weer rücksichtslos, teruggestuurd. Ik had het depositobriefje niet meegenomen en de havenmeester is onverbiddelijk:’ no papel, no money’. ‘Ah, el papel, muy importante’! Tja, in Spanje zijn ze gek op administratie. Van iedere passantenboot, wordt een compleet dossier gemaakt. Zo worden er altijd kopieën van de bootpapieren, verzekeringsbewijs (anders kom je niet eens een haven in) en je paspoort gemaakt. Morgen hopen weg te kunnen, uit deze ongelooflijke hobbelbak. Die overigens best wel leuk was (volgens Bert).

 

 

01-05-2010 en 02-05-2010 Rollen en dollen in Benalmadena en Torremolinos

We liggen toch een aardig eindje vanaf de ingang van de haven, maar door de zuidwestenwind loopt er een behoorlijke deining in de haven. Bij iedere flinke windlaag rollen alle boten heen en weer. We gaan soms wel 40 cm omhoog en omlaag en 30 cm naar voor en achter. Echt rustig liggen we hier dus niet.
Benalmadena bij avondlicht Äventyr onder het zachte licht in de haven
De hele dag (en helaas ook nacht) kraken de lijnen, kreunen en zuchten de stootwillen, en piepen de ringen aan de kadewand. Op en af stappen van de boot, vergt de juiste timing. Als de boot dicht aan de kade komt, direct op ons boegsprietje stappen. Geen treuzelmoment, want anders val je tussen wal en schip. Misschien is het verderop in de haven iets rustiger denken we. Hier komen we snel van een koude kermis thuis. En wel bijna een echte kermis te verstaan. Op nog geen 200 meter (alleen een appartementenblok staat er tussen) is een bomvolle boulevard, waar honderden mensen lopen. Wij merken hier in onze schommelbox helemaal niets van, maar wat een drukte en herrie! We lopen verder en komen bij de aangrenzende plaats, Torremolinos. Een paradijs voor de één, een toeristische gruwel voor de ander. Meer dan een drie uur lopen we langs honderden restaurantjes, barretjes en winkeltjes. Hier kennen ze geen siësta. Alles gaat door tot laat in de avond. Vooral op zondag eten ook veel Spaanse families buiten de deur en overal is het een gekkenhuis. Behalve in het (half gesloten) centrum. Torremolinos kent nog wel een aantal mooie oude witte straatjes, maar wij vinden een middagje lang genoeg in deze toeristische kermis. We gaan terug naar onze rollende huis, omgeven door prachtig verlichtte torentjes op de appartementen.

 

 

30-04-2010 Naar Benalmadena (85 nm)

Äventyr in BenalmadenaDe haven van BenalmadenaHet is altijd kiezen aan boord. We wilden heel graag naar Granada, maar hebben hierdoor wel een lekkere zeildag laten lopen. Nu moeten we weer verder op “dieselwind”. De zee is bijna zo kalm als het water op de Grevelingen. Hierdoor kunnen we op ons gemak koken, eten en lezen. We zien de Sierra Nevada van rechts naar links gaan en daarna geheel verdwijnen. Ze maakt plaats voor de bergen rondom Malaga. Onderweg zien we weer een aantal enorme dolfijnen, die helaas snel uitgespeeld zijn bij onze boeg. Ook tonijnen en zeeschildpadden zien we een paar keer. Voor de rest helaas ook veel rotzooi. Houten planken, kratten, maar gelukkig geen meters landbouwplastic. Om 23.00 uur komen we aan in de enorme jachthaven van Benalmadena. Onder architectuur gebouwd, in een sprookjesachtige omgeving volgens de haven zelf en in 1987 uitroepen tot de mooiste jachthaven van de wereld. Of een protserige kermis, het is maar net hoe je het wil noemen.

 

 

29-04-2010 Via de Sierra Nevada terug naar Almerimar

Na de laatste wandeling in Granada rijden we terug via de bovenzijde van de Sierra Nevada: het gebergte met de hoogste bergtoppen van het Spaanse vasteland. Helaas is het bewolkt en is het zicht matig. Jammer, want de omgeving is zeker zo mooi als de zuidkant. De weg stijgt naar 2000 meter en sneeuw lijkt binnen handbereik, maar dan wordt de daling ingezet. We gebruiken de auto mooi nog even om de voorraden aan te vullen en gaan ons havengeld betalen. Voordat we naar Granada vertrokken was de windverwachting dat we tot en met zondag oostelijke wind zouden houden. Helaas blijkt dit nu veranderd. We hebben alleen morgen nog wind mee en daarna 4 dagen tegen. Dit is dus meteen onze laatste dag in Almerimar.

 

 

28-04-2010 Naar het Alhambra in Granada

Prachtig tuin bij het Generalife De tuin bij de paleizen
Gelukkig heeft onze buurvrouw in Almerimar, Manuela ons nog verteld, dat we voor het Alhambra moeten reserveren. ‘Ach niet nodig, jullie zijn toch vroeg, voordat de bussen komen’, had de dame van het autoverhuurbedrijf ons geantwoord. We hebben haar op hart gedrukt, dat ze haar adviezen bij moet stellen, want het Alhambra blijkt 2 dagen vooraf te zijn volgeboekt.

Door onze reservering via internet, kunnen wij toch gelukkig vandaag nog dit prachtig bouwwerk met haar tuinen bezoeken, alleen mogen we pas na 14.00 uur op het complex en vanaf 19.00 uur in de paleizen.
Overzicht op de Alcazaba
Uitzicht vanaf Mirador San Nicolas, met op de achtergrond de besneeuwde toppen van de Sierra Nevada
Alhambra, betekent rood, en is een enorm complex met verdedigingswerken (het Alcazaba), paleizen en prachtige tuinen. Het is de meest bezochte attractie van Spanje. Aan het aantal bezoekers per dag is een maximum gesteld. Wat het Alhambra vooral bijzonder maakt is de spectaculaire ligging. Op een uitloper van Sierra Nevada, omgeven door honderden pijnbomen en op de achtergrond de besneeuwde toppen van de Sierra Nevada. Zowel binnen als op afstand is het complex werkelijk een prachtig plaatje. Wij zijn vooral onder de indruk van de tuinen.

Heerlijke zoete geuren van blauwe regen en sinaasappelbomen prikkelen onze neus. Bert zegt wel tien keer dat hij het zo lekker vindt ruiken, ik snif en snotter me rot, want ben blijkbaar allergisch voor de witte bloesem. Via ingenieuze waterkanalen, vijvers en fonteinen is er overal voldoende water om zowel een groen als bloeiend tapijt te leggen. Op de torens van het Alcabeza is het uitzicht over het dal, de stad Granada en de besneeuwde bergen, iets waar vooral ik geen genoeg van kan krijgen. Helaas moeten we de paleizen in een sneltreinvaart bezoeken, omdat alles om 20.00 sluit. Als ze het licht uit gaan doen, lopen we snel door de laatste vertrekken. Eenmaal buiten nemen we een taxi naar de “Mirador San Nicolás. Vanaf dit uitzichtspunt is het hele complex te zien met haar bijzondere achtergrond. Tientallen mensen staan hier met camera’s om de zonsondergang en de verlichting in de duisternis te fotograferen. Ook in het donker schijnt het prachtig te zijn, maar wij hebben het koud gekregen en ook honger. We lopen naar de wijk Albaicin, waar veel Marokkaanse restaurants zijn, waar we een salade en typisch Marokkaanse Tajin goed laten smaken. Moe lopen we het laatste half uur terug naar ons hotel.



27-4-2010 Via de Alpujarras naar Granada

Onderweg in de Alpujarras
Trevelez tegen de berghelling
Spierwitte dorpjes lijken tegen de steile groene berghellingen te zijn aangeplakt. Dorpjes waar de tijd heeft stil gestaan. Oude mannetjes mijmeren op het dorpplein in de schaduw van eeuwen oude bomen. Op de achtergrond zien we de besneeuwde toppen van de Siërra Nevada. Ruisende beekjes voeren het smeltwater af en zorgen er zo voor dat de talrijke bomen, bloemen en struikjes hun frisgroene kleur krijgen. Vanmorgen zijn we met onze knalblauwe huur Panda, de foeilelijke omgeving van Almerimar ontsnapt. De kale met plastic tuinkassen volgebouwde velden staan in schril contrast met het landschap wat we een uurtje later ontdekken. Dit is voor ons typisch Spanje. Soms een lelijke kust, met een prachtig binnenland op minder dan een uur rijden. Onderweg naar het hoogste bewoonde dorp van Spanje, Trevelez, pikken we een Nieuw Zeelandse lifter op.
De hamhuizen van Trevelez
De hammen hangen hier te drogen
Nog nooit hebben we iemand onafgebroken en snel, zoveel horen praten. Vanaf de achterbank wordt een spraakwaterval over ons heen gestort. Zonder spijt nemen we dat ook afscheid van hem in Trevelez. Het dorp waar de beste rauwe ham van Spanje vandaan komt. De zuivere en droge berglucht schijnt het geheim te zijn van de “Jamon de Trevelez”. Naast het bergwandeltoerisme is dit is ook zo’n beetje de enige inkomstenbron van Trevelez. Overal zien we in grote pakschuren honderden hammen aan de plafonds hangen. De hammen worden gezouten en daarna anderhalf tot twee jaar te drogen gehangen. Wij kronkelen via smalle wegen verder richting Granada. Helaas blijkt onze uitgedraaide routebeschrijving naar het hotel absoluut niet te kloppen. De vermelde straten zijn niet eens terug te vinden op de stadsplattegrond. Gelukkig heeft Bert een goed richtingsgevoel en ben ik gelukkig aardig bedreven in het zoeken van borden, hierdoor hebben we snel ons hotel Carlos V gevonden. Dit blijkt een schot in de roos! Mooie en schone kamers en op loopafstand van alles wat we willen zien. Granada sluit ons meteen in het hart. Een mooie maar ook erg plezierige stad. We lopen nog naar de Kathedraal en eten een brochette (een opgehangen vleesspies) op een met bomen omzoomd plein, Bib Rambla. De warmte zakt langzaam weg en het is nog heerlijk om de door te stap te lopen en in één van de enorme ijszaken de avond te besluiten.

 

 

24-04-2010 en 25-04-2010 De ankerplek die een schommel bleek te zijn (naar Almerimar 110 nm)

Honderden sterren en de maan schijnen Bert bij, als hij 2 uur in de nacht ons voor- en achteranker ophaalt. Gisterenavond zijn we aangekomen bij mooi zandstrand en helderblauw water. Onder toeziend oog van drie zeer geïnteresseerde vissers, 3 hippies in een tent, 2 kanovaarders en een aantal camperaars lieten we ons anker zakken. Na wikken en wegen of dit nu de goede ankerplek was. Na een rustige tocht van 65 nm, blijkt de wind nog steeds uit het zuiden te komen in plaats van het noordoosten. De voorspelling is deze nacht dan toch echt dat de wind moet draaien.
We varen weg uit Cartagena een groter verschil bestaat ver niet tussen de twee ziujden van de boot De zon is net op als we de visserman passeren. Op de achtergrond is de industrie haven te zien.
Onze vooraf  uitgezochte ankerplek ligt beschut met noordoostenwind, maar de spelregels zijn veranderd doordat wind nog uit een andere hoek waait. Aan de overkant van de baai, dichtbij het kleine dorpje Las Negras, vinden we onze nieuwe stek en besluiten zowel een voor- als achteranker uit te zetten. Als de wind dan draait liggen we recht op de golven en hopen we het rollen achter het anker te voorkomen. Het lijkt zeer belovend. We liggen nog rustiger dan in de haven van Cartagena. Voor de zekerheid duiken we vroeg de kooi in. Om half één begint het. Eerst rustige golven, daarna steeds groter. Äventyr wordt zachtjes opgetild, de lijnen aan het anker beginnen steeds meer te kraken. We proberen het nog uit te zingen. Voor de zekerheid neem ik een zeeziektepil. Door schade en schande wijs geworden, weet ik precies wanneer de kritieke tijd is. Moe zijn en op een rollende boot zitten is voor mij absoluut de verkeerde combinatie. Als om 2 uur de glazen in de kastjes toch echt gaan rammelen, is de maat vol. Bert gaat de ankers binnen halen. Makkelijker gezegd dan gedaan, want onze achterankerlier, die ons in Griekenland 10 weken lang zeer trouwe dienst bewees, geeft geen krimp. Het wordt handwerk voor Bert. En dat om 02.00 uur. Bij het vooranker slaat de ketting even vast in de lier! Ook een stukje handwerk. Onze eerste ankerpoging in 2010 zal ons nog lang bij blijven. Meteen als we anker op zijn, schuiven dikke wolken voor de maan en de sterren. In de donkere nacht vervolgen we onze trip en ronden Cabo de Gata. UItzicht vanaf de boot op het strandWe zitten nu in Zuid Spanje, en het gebied van de plastic landbouwkassen. Vorig jaar kregen we hier 15 meter landbouwplastic in onze schroef. Eigenlijk de reden, waarom we dit deel niet in het donker wilden varen. Als het licht wordt, neem ik de wacht van Bert over. Een enorm schip lijkt op ramkoers. Als het dichterbij is, zie ik op de AIS, dat het Nederlandse cruiseschip de Westerdam is met bestemming Almeria. Die moet zo dus gaan draaien en ik zie meteen op het scherm dat hij zijn koers verandert. De drijvende kerstboom vaart voor ons langs. Nog geen half uur later ligt er weer een catamaran op ramkoers. Een hele zee en maar twee boten. Ik vraag me af of zij wel een uitkijk hebben. Wij varen voor de wind en zij stampen behoorlijk op de golven. Ik wijzig 10 graden van koers en zo passeren wij elkaar prima. In de verte zien we de besneeuwde bergtoppen van de Sierra Neveda. Na 110 mijl varen we rond 10.00 uur de haven van Almerimar binnen. Weer een bekende plek. Op 1 dag na een jaar geleden lagen we hier ook. Maar nu eerst tijd voor een tukje!


Home
About
Logboek
Video
Onze ervaringen
Gastenboek
Links